Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk III

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Besluit videoconferentie· Migratierecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Het systeem door middel waarvan videoconferentie wordt toegepast, is zodanig ingericht dat: de betrokken personen een natuurgetrouwe weergave krijgen van hetgeen zich in de andere ruimte afspeelt; overleg kan worden gevoerd zonder dat dit voor derden hoorbaar is; stukken kunnen worden uitgewisseld, en het systeem is beveiligd tegen verlies of tegen enige vorm van onrechtmatige verwerking; het systeem aan de internationale standaarden voldoet indien de videoconferentie plaatsvindt met een persoon die zich buiten Nederland bevindt. 2. Bij regeling van Onze Minister van Justitie kunnen nadere eisen worden gesteld aan het systeem, bedoeld in het eerste lid. Voorheen art. 2. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet van 16 juli 2005 tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht en het Wetboek van Strafvordering en enige andere wetten in verband met het gebruik van de videoconferentie in het strafrecht (Stb. 2005, 388) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel