Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › Paragraaf 5.2

Artikel 71f

Artikel 71f

Onderdeel van Wet marktordening gezondheidszorg· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2026

1. De zorgautoriteit, de Inspectie gezondheidszorg en jeugd, de Inspectie Justitie en Veiligheid, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Inspectie van het onderwijs verstrekken elkaar de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. 2. De zorgautoriteit verstrekt het Bureau bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, bedoeld in artikel 8 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, en de FIOD-ECD de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. 3. De zorgautoriteit verstrekt de Gezondheidsraad, het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, het Centraal Planbureau, het Centraal bureau voor de statistiek en het Sociaal en Cultureel Planbureau desgevraagd de gegevens en inlichtingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van hun wettelijke taken. 4. Bij ministeriële regeling bepalen Onze Minister en Onze Minister van Justitie en Veiligheid welke categorieën persoonsgegevens de zorgautoriteit mag verstrekken aan de in dit artikel genoemde instanties ten behoeve van de uitoefening van hun wettelijke taken. 5. Voor degene die op grond van het eerste tot en met derde lid gegevens en inlichtingen ontvangt, gelden dezelfde wettelijke voorschriften inzake geheimhouding van die gegevens en inlichtingen als voor degene die ze heeft verstrekt. 6. De gegevens en inlichtingen als bedoeld in het tweede lid worden door de zorgautoriteit verstrekt mits: de geheimhouding van de gegevens of inlichtingen in voldoende mate is gewaarborgd, en voldoende is gewaarborgd dat de gegevens of inlichtingen niet zullen worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor zij worden verstrekt. 7. Het vijfde lid laat onverlet de bevoegdheden van de Algemene Rekenkamer ingevolge artikel 7.34 van de Comptabiliteitswet 2016. De Algemene Rekenkamer is bij het doen van mededelingen, bedoeld in de artikelen 7.30, 7.34, negende lid, en 7.39 van de Comptabiliteitswet 2016 verplicht tot geheimhouding, voor zover het betreft gegevens en inlichtingen die haar ingevolge de eerste volzin bekend zijn geworden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel