Tenzij in de verklaring anders is aangegeven, is een verklaring die met toepassing van § 4 van hoofdstuk 2 is verleend, geldig voor alle residu dat bij de houder van de verklaring ontstaat in de periode van zes maanden nadat de verklaring is afgegeven en dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan, en die zijn gereinigd overeenkomstig het bepaalde in BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510, door een persoon of instelling die daartoe op grond van het Besluit bodemkwaliteit is erkend.
Hoofdstuk 2 › § 5
Artikel 33
Artikel 33
Onderdeel van Regeling beoordeling reinigbaarheid grond· Ruimtelijke ordening en milieu
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2008