Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Vóórkomen, indeling en gebruik

Onderdeel van Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik· Ruimtelijke ordening en milieu

Deze tekst geldt sinds 26 juli 2006

Voor de indeling van ontplofbare stoffen en voorwerpen wordt gebruik gemaakt van de indeling die in de vervoersregelgeving wordt gehanteerd. In het ADR zijn ontplofbare stoffen en voorwerpen ingedeeld in klasse 1. Klasse 1 is onderverdeeld in subklassen. In de onderstaande tabel staan de gevarensubklassen vermeld, samen met de belangrijkste kenmerken en enkele verschijningsvormen. Sub-klasse Kenmerk Voorbeelden 1.1 massa-explosie springstoffen, slagsnoer, zwart buskruit 1.2 scherfwerking komt normaliter niet voor 1.3 massabrand met intense warmtestraling rookzwak buskruit voor herladen van munitie 1.4 geen/gering warmtestraling vuurwapenpatronen 1.5 zeer weinig gevoelige stoffen niet relevant voor deze circulaire 1.6 extreem weinig gevoelige voorwerpen niet relevant voor deze circulaire In Nederland voorkomende toepassingen van springstoffen (gevarensubklasse 1.1) zijn: seismisch onderzoek (offshore en ons⁠hore), winnen van delfstoffen slopen van gebouwen, funderingen en andere civiele bouwwerken, reinigen van ketels, vervormen van metalen. Ook zwart buskruit valt onder de gevarenklasse 1.1. Het wordt hoofdzakelijk gebruikt in de schietsport. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte. De datum van inwerkingtreding ligt voor de datum van uitgifte.

Rechtspraak bij dit artikel