Onder fraude van materieel belang als bedoeld in artikel 26, derde lid, van de wet wordt verstaan een opzettelijk handelen of nalaten waarbij misleiding wordt gebruikt om een wederrechtelijk voordeel te behalen en waarbij de aard of de omvang zodanig is dat beslissingen die in het maatschappelijk verkeer worden genomen op grond van de financiële verantwoording van de controlecliënt zouden kunnen worden beïnvloed door die misleiding.
Hoofdstuk 9
Artikel 36
Artikel 36
Onderdeel van Besluit toezicht accountantsorganisaties· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 oktober 2006