Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 7

Verzekerdenraming 2007

Onderdeel van Regeling beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2007· Gezondheidsrecht en farmaceutisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Het college baseert zich bij de raming van de verzekerdenaantallen naar risicoklasse leeftijd en geslacht 2007, naar regioklasse 2007 en van de verzekerden aantallen van 18 jaar en ouder 2007, op de opgaven van de zorgverzekeraars van de verzekerdenaantallen op 1 juni 2006 naar geslacht, leeftijd en viercijferige postcode. 2. Het college raamt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt, waarbij het college per zorgverzekeraar een afzonderlijke berekening uitvoert voor voormalig ziekenfondsverzekerden en voormalig particulier verzekerden: Uitgangspunt is het aantal verzekerden 2005 met een FKG per FKG 2007 naar morbiditeitsrisicoklasse. De verzekerdenaantallen in onderdeel a worden per FKG 2007 gedeeld door het overeenkomstige totaal aantal verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse 2005. Dit resulteert in de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse. Het college vermenigvuldigt voor alle morbiditeitsrisicoklassen de zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de overeenkomstige prevalentieontwikkeling 2005–2006. Dit resulteert in de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse. Het college bepaalt de geraamde landelijke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse door de stappen in de onderdelen a, b en c uit te voeren met de overeenkomstige landelijke verzekerdenaantallen, waarbij op landelijk niveau onderscheid wordt gemaakt in voormalig particulier verzekerden en voormalig ziekenfondsverzekerden. Het college vormt per FKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke FKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die in de onderdelen f tot en met i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 als volgt berekend: Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse wordt het aantal verzekerden per FKG 2007 berekend door de geraamde verzekerdenaantallen 2007 te vermenigvuldigen met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het geraamde aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse. Per zorgverzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 en ingebracht in de eerdergenoemde pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een FKG per FKG 2007 in de pool. Het college sommeert het resultaat van onderdeel f, sub 2 voor alle zorgverzekeraars zodat per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een FKG per FKG 2007 onstaat. De landelijke pool met het totaal aantal ingebrachte verzekerden, bedoeld in onderdeel g, wordt daarna als volgt opnieuw berekend: Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse. Het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2005 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve FKG 2007-prevalentie 2006 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per FKG per morbiditeitsrisicoklasse. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse wordt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie FKG 2007-prevalentie 2006 van de pool bepaald door de som van aantal verzekerden met die FKG in de pool te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de pool per bijbehorende morbiditeitsrisicoklasse. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het aantal verzekerden 2005 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2005 per morbiditeitsrisicoklasse met de geraamde zorgverzekeraarspecifieke FKG 2007-prevalentie 2006 per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse. Het college voegt per FKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel i, sub 1 toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2005, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie van de betreffende pool, zoals bepaald in onderdeel h, sub 3. Vervolgens worden per verzekeraar de verzekerdenaantallen 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per FKG 2007 over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op nul decimalen. Tot slot worden per zorgverzekeraar per FKG 2007 de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden gesommeerd met de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden. 3. Het college raamt het aantal verzekerden per DKG 2007 per zorgverzekeraar als volgt: Uitgangspunt is het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 1 tot en met 13 2007 per zorgverzekeraar, zoals de Stichting Prismant, gevestigd te Utrecht, deze aan het CVZ heeft aangeleverd, waarbij onderscheid wordt gemaakt naar voormalig ziekenfondsen en niet ziekenfondsen. De hierna volgende berekeningen worden afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar. Het college bepaalt landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 door het totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van de aantallen verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse over alle zorgverzekeraars. Het college berekent het verwachte totaal aantal verzekerden 2004 per DKG 2007 per zorgverzekeraar door de verzekerdenaantallen per morbiditeitsrisicoklasse per zorgverzekeraar 2004 te vermenigvuldigen met de overeenkomstige landelijke DKG 2007-prevalenties 2004 per DKG 2007 morbiditeitsrisicoklasse, bedoeld in onderdeel b, en deze vervolgens over de morbiditeitsrisicoklassen te sommeren. Het college bepaalt een zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007 door de verzekerdenaantallen bedoeld in onderdeel a, te delen door de verwachte aantallen verzekerden 2004 per DKG 2007, bedoeld in onderdeel c. Het college vormt per DKG 2007 en per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool met het aantal verzekerden dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken en met het aantal verzekerden met een specifieke DKG dat per saldo bij een verzekeraar is vertrokken. De poolberekening die hierna in de onderdelen f, g, h en i staat beschreven wordt afzonderlijk uitgevoerd voor voormalig particulier verzekerden per zorgverzekeraar en voor voormalig ziekenfondsverzekerden per zorgverzekeraar. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 kleiner dan of gelijk is aan het totaal aantal verzekerden 2004 in die morbiditeitsrisicoklasse, wordt het aantal verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse per DKG 2007 berekend door de aantallen verzekerden 2007 per morbiditeitsrisicoklasse te vermenigvuldigen met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie per morbiditeitsrisicoklasse en dat resultaat weer te vermenigvuldigen met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007. Per verzekeraar en per morbiditeitsrisicoklasse berekent het college per saldo de daling van het aantal verzekerden en brengt deze in in een pool per morbiditeitsrisicoklasse. Deze daling in het aantal verzekerden wordt per morbiditeitsrisicoklasse vermenigvuldigd met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en de zorgverzekeraarspecifieke DKG factor en ingebracht in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse. Dit resulteert in het door een zorgverzekeraar ingebrachte aantal verzekerden met een DKG per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse in de pool. Het college voert de berekening onder g uit voor alle zorgverzekeraars en de sommeert de resultaten, waardoor per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse een landelijke pool ontstaat met het totaal aantal ingebrachte verzekerden per morbiditeitsrisicoklasse en het totaal aantal ingebrachte verzekerden met een DKG per DKG 2007. Het aantal verzekerden in de pool, bedoeld in onderdeel g, wordt als volgt opnieuw berekend: Het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per morbiditeitsklasse. Het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse wordt opnieuw berekend door het verschil per morbiditeitsrisicoklasse van het landelijk geraamde aantal verzekerden 2007 met het aantal verzekerden 2004 te vermenigvuldigen met de landelijke relatieve DKG 2007-prevalentie 2004 en toe te voegen aan het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsklasse. Na de herberekening van het aantal verzekerden in de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse bepaalt het college per morbiditeitsrisicoklasse de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de pool per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse door de som van het aantal verzekerden in de pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse te delen door de som van het totaal aantal verzekerden in de betreffende morbiditeitsrisicoklasse. Wanneer voor een zorgverzekeraar in een morbiditeitsrisicoklasse het geraamde aantal verzekerden 2007 groter is dan het gemiddeld aantal verzekerden 2004, wordt het aantal verzekerden 2007 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse als volgt berekend: Het college vermenigvuldigt het aantal verzekerden 2004 per morbiditeitsrisicoklasse met de in onderdeel b berekende landelijke DKG 2007-prevalentie 2004 per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse en vermenigvuldigt dat resultaat weer met de onder d berekende zorgverzekeraarspecifieke DKG 2007-factor per DKG 2007 Het college voegt per DKG 2007 per morbiditeitsrisicoklasse aan het resultaat van onderdeel a toe de geraamde groei van het aantal verzekerden van 2007 op 2004, vermenigvuldigd met de geraamde relatieve prevalentie 2007 van de betreffende pool per DKG per morbiditeitsrisicoklasse, zoals bepaald in onderdeel i, sub 3. Vervolgens worden per zorgverzekeraar per DKG 2007 de aantallen verzekerden per DKG 1 tot met 13 2007 per morbiditeitsrisicoklasse over de morbiditeitsrisicoklassen gesommeerd en afgerond op vier decimalen. Het aantal verzekerden 2007 in DKG 0 bepaalt het college door het geraamde totaal aantal verzekerden 2007 per zorgverzekeraar te verminderen met het over DKG 1 tot en met 13 gesommeerde resultaat van onderdeel k. Tot slot worden per zorgverzekeraar de verzekerdenaantallen voormalig particulier verzekerden en de verzekerdenaantallen voormalig ziekenfondsverzekerden opgeteld.

Rechtspraak bij dit artikel