Bij overtreding van van het gestelde in de artikelen 2:11, eerste lid, 3:5, eerste lid, 3:95, eerste lid, 3:96a, eerste lid, 3:96b, eerste lid, 3:96c, eerste lid, 3:96d, eerste lid, of 3:103, eerste lid of 3:280a, kan de toezichthouder of de Europese Centrale Bank, indien deze bevoegd is toezicht uit te oefenen op grond van de artikelen 4 en 6 van de verordening bankentoezicht besluiten tot schorsing van de uitoefening van de stemrechten die verbonden zijn aan de deelneming in de bank, beleggingsonderneming, financiële holding of gemengde financiële holding door aandeelhouders of vennoten die voor de overtreding verantwoordelijk zijn. Het besluit tot oplegging regelt de duur van de schorsing.
Titel 1 › Hoofdstuk 1.4 › Afdeling 1.4.2
Artikel 1:86 Wft
Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 22 september 2026
Bewaren kan ook zonder account
Verwijzingen
Houd art. 1:86 Wft bij de hand
Met een gratis account kun je dit artikel bewaren, tekst markeren en jezelf overhoren. Dat werkt op je laptop en op je telefoon.
- Geen reclame
- Je markeringen blijven van jou
- Werkt op je telefoon