Naar hoofdinhoud

Titel 2 › Hoofdstuk 2.3 › Afdeling 2.3.4b › § 2.3.4b.1

Artikel 2:121cb

Artikel 2:121cb

Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 29 mei 2026

1. Een Nederlandse beheerder van een beleggingsinstelling met een vergunning als bedoeld in artikel 2:65 mag alleen rechten van deelneming aanbieden in een niet-Europese beleggingsinstelling indien: de staat waar de beleggingsinstelling is gevestigd niet is geïdentificeerd als een staat met een hoog risico overeenkomstig artikel 9, tweede lid, van de vierde anti-witwasrichtlijn; de Autoriteit Financiële Markten en de toezichthoudende instantie van de staat waar de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten die ten minste een efficiënte informatie-uitwisseling waarborgt en die de Autoriteit Financiële Markten in staat stelt haar toezichthoudende taken op grond van deze wet uit te voeren; en de staat waar de niet-Europese beleggingsinstelling is gevestigd een overeenkomst met Nederland en met de lidstaten waar rechten van deelneming in de niet-Europese beleggingsinstelling worden aangeboden, heeft gesloten, die informatie-uitwisseling waarborgt overeenkomstig de normen van artikel 26 van het OESO-Modelverdrag inzake dubbele belasting naar het inkomen en naar het vermogen en de desbetreffende staat niet wordt genoemd in bijlage I bij de conclusies van de Raad over de herziene EU-lijst van jurisdicties die niet-coöperatief zijn op belastinggebied. 2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de samenwerkingsovereenkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel