Naar hoofdinhoud

Titel 3 › Hoofdstuk 3.5 › Afdeling 3.5.6 › § 3.5.6.1

Artikel 3:264a

Artikel 3:264a

Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 29 januari 2016

1. Ingeval van een rechtsfeit als bedoeld in artikel 16, zesde lid, van de richtlijn depositogarantiestelsels, geeft elke betrokken bank depositohouders daarvan kennis ten minste een maand voordat de rechtsgevolgen ingaan, tenzij de Nederlandsche Bank een kortere termijn toestaat omwille van de stabiliteit van het financiële stelsel of omdat hiermee een rechtmatig belang van de desbetreffende bank wordt gediend. 2. De bank stelt gedurende drie maanden na de kennisgeving depositohouders onvoorwaardelijk en zonder betaling van een boete in staat deposito’s die voor vergoeding uit hoofde van een depositogarantiestelsel in aanmerking komen, op te nemen voor zover die deposito’s hoger zijn dan het uit hoofde van het toepasselijke depositogarantiestelsel gegarandeerde bedrag nadat de rechtsgevolgen, bedoeld in het eerste lid, zijn ingetreden. 3. Artikel 1:23 is niet van toepassing ten aanzien van het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel