Naar hoofdinhoud

Titel 3 › Hoofdstuk 3.6 › Afdeling 3.6.2

Artikel 3:278d

Artikel 3:278d

Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2021

1. Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming die op grond van artikel 1, tweede lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen de vereisten van de verordening kapitaalvereisten toepast of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of de solvabiliteit van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel. 2. De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen. 3. De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks het besluit, bedoeld in het tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel