**1.** Indien het overleg met de betrokken toezichthoudende instanties van andere lidstaten niet binnen de termijn, bedoeld in artikel 3:278c, tot overeenstemming heeft geleid, neemt de Nederlandsche Bank, indien zij toezicht houdt op dochterondernemingen van een EU-moederbeleggingsonderneming die op grond van artikel 1, tweede lid, van de verordening prudentiële vereisten voor beleggingsondernemingen de vereisten van de verordening kapitaalvereisten toepast of EU-moederbank of een EU-moederholding op niet-geconsolideerde basis of op subgeconsolideerde basis, onverwijld een besluit op grond van de evaluatie bedoeld in artikel 3:18a, of de solvabiliteit van de dochteronderneming toereikend is gelet op haar financiële situatie en risicoprofiel.
**2.** De Nederlandsche Bank besluit over de toepassing van de artikelen 3:18a en 3:111a nadat zij de door de betrokken toezichthoudende instantie die toezicht houdt op geconsolideerde basis geuite standpunten en voorbehouden in aanmerking heeft genomen.
**3.** De Nederlandsche Bank actualiseert jaarlijks het besluit, bedoeld in het tweede lid.
Titel 3 › Hoofdstuk 3.6 › Afdeling 3.6.2
Artikel 3:278d
Artikel 3:278d
Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 19 oktober 2021