**1.** Een beheerder kiest voor een door hem beheerde icbe ten minste twee instrumenten voor liquiditeitsbeheer uit de instrumenten zoals opgenomen in bijlage IIbis, punten 2 tot en met 8, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten, die passen bij de beleggingsstrategie, het liquiditeitsprofiel en terugbetalingsbeleid van de icbe.
**2.** In afwijking van het eerste lid kiest de beheerder van een icbe die een vergunning heeft op grond van Verordening (EU) 2017/1131 inzake geldmarktfondsen ten minste één instrument voor liquiditeitsbeheer uit de instrumenten zoals opgenomen in bijlage IIbis, punten 2 tot en met 8, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten.
**3.** De beheerder van een icbe is het niet toegestaan om uitsluitend de instrumenten voor liquiditeitsbeheer genoemd in bijlage IIbis, punten 5 en 6, van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten te selecteren.
**4.** De beheerder van een icbe met zetel in Nederland stelt de Autoriteit Financiële Markten in kennis van de geselecteerde instrumenten voor liquiditeitsbeheer.
Titel 4 › Hoofdstuk 4.3 › Afdeling 4.3.1 › § 4.3.1.4.c
Artikel 4:45a
Artikel 4:45a
Onderdeel van Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 29 mei 2026