Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Belastingheffing over de salarissen, lonen en emolumenten

Onderdeel van Fiscale positie van de ambtenaren en overige personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (2006)· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 21 oktober 2006

De salarissen, lonen en emolumenten die de personeelsleden van de EG ontvangen, zijn op grond van artikel 13 van het Protocol onderworpen aan een interne belasting ten bate van de EG en vrijgesteld van nationale belasting in de Lid-Staten. De interne belasting is door de Raad bij Verordening van 29 februari 1968, nr. 260/68, van toepassing verklaard op de door de EG uitbetaalde pensioenen (zie artikel 2 van deze Verordening). De aan de interne belasting onderworpen uitkeringen die de personeelsleden en de vroegere personeelsleden van de EG ontvangen zijn vrijgesteld van de Nederlandse inkomstenbelasting. Sinds de afschaffing van het progressievoorbehoud per 1 januari 2001 wordt met het voor de Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde salaris van de personeelsleden van de EG bij de berekening van die belasting over inkomsten uit andere bronnen in het geheel geen rekening meer gehouden. Hetzelfde geldt voor lonen, emolumenten en pensioenuitkeringen betaald door de EG aan haar personeelsleden. Dit is in overeenstemming met het arrest van 16 december 1960, zaak C6/60 (‘Zaak Humblet’), waarin het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen te Luxemburg besliste dat voor de heffing van nationale (inkomsten)belasting op geen enkele manier rekening mag worden gehouden met de vrijgestelde bezoldiging. Dit geldt mede voor het vrijgestelde pensioen. Overigens heeft de Staatssecretaris van Financiën bij het Besluit van 23 september 2004, nr. IFZ2004/764M besloten dat artikel 14 van het Protocol niet inhoudt dat het inkomen van een EG-functionaris niet in aanmerking mag worden genomen bij de toekenning van (belasting)voordelen. Er mag bijvoorbeeld met van Nederlandse inkomstenbelasting vrijgestelde inkomen van een EG-functionaris rekening worden gehouden in de situatie waarin een inkomensdrempel is gesteld voor het in aanmerking komen van een belastingvoordeel.

Rechtspraak bij dit artikel