Onze Minister kan op grond van artikel 2:3.0g, vierde lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen, indien:
de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van afwikkelonderneming en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
geschiktheid en betrouwbaarheid;
financiële waarborgen;
bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten enerzijds en het bevoegde gezag in die staat anderzijds is gewaarborgd;
voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Hoofdstuk 2 › § 2.0a
Artikel 3.0d
Artikel 3.0d
Onderdeel van Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2020