Onze Minister kan op grond van artikel 2:54l, tweede lid, van de wet een staat aanwijzen als staat waar het toezicht in voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die de wet beoogt te beschermen indien:
de in die staat geldende regels voor het uitoefenen van het bedrijf van wisselinstelling en het toezicht op de naleving daarvan gelijkwaardig zijn aan het ingevolge de wet bepaalde met betrekking tot:
betrouwbaarheid;
bedrijfsvoering, waaronder maatregelen gericht op het bevorderen en handhaven van een integere bedrijfsvoering; en
waarborgen voor een adequaat toezicht op de naleving van de in die staat gestelde regels;
de samenwerking tussen de Nederlandsche Bank en het bevoegde gezag in die staat is gewaarborgd; en
voor het bevoegde gezag in die staat regels gelden die gelijkwaardig zijn aan die in Hoofdstuk 1.4 van de wet.
Hoofdstuk 2 › § 2.4c
Artikel 31j
Artikel 31j
Onderdeel van Besluit Markttoegang financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2014