Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Afdeling › § 6.4

Artikel 29.01

Artikel 29.01

Onderdeel van Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 28 juli 2018

1. Het depositogarantiestelsel garandeert deposito’s aangehouden bij: banken met een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet, met uitzondering van deposito’s die worden aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is; banken als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor; banken als bedoeld in artikel 3:267, tweede lid, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor. 2. Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op: deposito’s van: banken, voor zover het deposito’s betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening worden aangehouden; financiële instellingen; beleggingsondernemingen; depositohouders die zich niet hebben geïdentificeerd overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme; verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 13, onderdelen 1 tot en met 6, van de richtlijn solvabiliteit II; beleggingsinstellingen, beheerders van beleggingsinstellingen, icbe’s en beheerders van icbe’s; pensioenfondsen; overheden; instrumenten die vallen onder de definitie van eigen vermogen in de zin van de verordening kapitaalvereisten; door een bank uitgegeven schuldbewijzen en schulden die voortvloeien uit eigen accepten en promessen; deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld; bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d van de wet worden verrekend met een verbonden eigenwoningschuld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel