**1.** Het depositogarantiestelsel garandeert deposito’s aangehouden bij:
banken met een vergunning als bedoeld in artikel 2:11 van de wet, met uitzondering van deposito’s die worden aangehouden bij een bijkantoor in een staat die geen lidstaat is;
banken als bedoeld in artikel 3:266, eerste lid, onderdeel b, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor;
banken als bedoeld in artikel 3:267, tweede lid, van de wet, voor zover het deposito’s betreft die worden aangehouden bij een in Nederland gelegen bijkantoor.
**2.** Het depositogarantiestelsel is niet van toepassing op:
deposito’s van:
banken, voor zover het deposito’s betreft die door een bank in eigen naam en voor eigen rekening worden aangehouden;
financiële instellingen;
beleggingsondernemingen;
depositohouders die zich niet hebben geïdentificeerd overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme;
verzekeringsondernemingen en herverzekeringsondernemingen als bedoeld in artikel 13, onderdelen 1 tot en met 6, van de richtlijn solvabiliteit II;
beleggingsinstellingen, beheerders van beleggingsinstellingen, icbe’s en beheerders van icbe’s;
pensioenfondsen;
overheden;
instrumenten die vallen onder de definitie van eigen vermogen in de zin van de verordening kapitaalvereisten;
door een bank uitgegeven schuldbewijzen en schulden die voortvloeien uit eigen accepten en promessen;
deposito’s uit hoofde van transacties in verband waarmee een strafrechtelijke veroordeling is uitgesproken vanwege het witwassen van geld;
bankspaardeposito’s eigen woning, voor zover deze ingevolge artikel 3:265d van de wet worden verrekend met een verbonden eigenwoningschuld.
Hoofdstuk 6 › Afdeling › § 6.4
Artikel 29.01
Artikel 29.01
Onderdeel van Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 28 juli 2018