Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6 › Afdeling › § 6.6

Artikel 29f

Artikel 29f

Onderdeel van Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2009

1. In de toetredingsovereenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, wordt in ieder geval vastgelegd dat de Nederlandsche Bank, indien een financiële onderneming die aanvullend deelneemt aan de Nederlandse vangnetregeling niet voldoet aan verplichtingen uit de overeenkomst, bedoeld in artikel 29b, derde lid, onderdeel e, of de stabiliteit van de financiële sector of de bescherming van beleggers of depositohouders in gevaar komt door de aanvullende deelname van de financiële onderneming aan de Nederlandse vangnetregeling, de financiële onderneming door middel van een aanwijzing als bedoeld in artikel 1:75 van de wet kan verplichten om binnen een door haar gestelde redelijke termijn ten aanzien van in de aanwijzingbeschikking aan te geven punten een bepaalde gedragslijn te volgen. 2. De aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, dient erop gericht te zijn dat de financiële onderneming aan de verplichtingen die voortvloeien uit deelname aan de Nederlandse vangnetregeling, voldoet of dat de stabiliteit van de Nederlandse financiële sector of de bescherming door de Nederlandse vangnetregeling van beleggers of depositohouders niet langer in gevaar komen door de aanvullende deelname van de financiële onderneming aan de Nederlandse vangnetregeling. Artikel III van Stb. 2009/306 bevat overgangsrecht m.b.t. deze wijziging.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel