**1.** De leden van het bestuur van het Afwikkelingsfonds, bedoeld in artikel 3A:68, eerste lid, van de wet, worden benoemd voor een periode van vier jaar, met de mogelijkheid van herbenoeming. Op de leden van het bestuur is artikel 14, vierde lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen van overeenkomstige toepassing.
**2.** Op de taakuitoefening van het Afwikkelingsfonds zijn de artikelen 20, 23, eerste en tweede lid, en 41, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuurorganen van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank. De Nederlandsche Bank stelt Onze Minister onverwijld in kennis van door haar getroffen voorzieningen als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen.
**3.** Het Afwikkelingsfonds legt verantwoording af over haar taakuitoefening overeenkomstig de artikelen 18, eerste lid, met uitzondering van de laatste volzin, 26, 34, eerste lid, en 35, eerste lid, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, met dien verstande dat voor «Onze Minister» wordt gelezen: de Nederlandsche Bank.
Hoofdstuk 5a › § 5a.2
Artikel 7g
Artikel 7g
Onderdeel van Besluit bijzondere prudentiële maatregelen, beleggerscompensatie en depositogarantie Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 28 juli 2018