De Nederlandsche Bank neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 29, in ieder geval in aanmerking:
de in onderdelen 1 en 2 van de bijlage genoemde strafrechtelijke antecedenten;
de in onderdeel 3 van de bijlage genoemde financiële antecedenten;
de in onderdeel 4 van de bijlage genoemde toezichtantecedenten;
de in onderdeel 5 van de bijlage genoemde fiscaal bestuursrechtelijke antecedenten; en
de in onderdeel 6 van de bijlage genoemde overige antecedenten.
Hoofdstuk 3
Artikel 30
Artikel 30
Onderdeel van Besluit reikwijdtebepalingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007