Tot de liquide middelen van een vennootschap als bedoeld in artikel 3:96, derde lid, van de wet worden uitsluitend gerekend:
aanwezige munten of bankbiljetten;
direct opvorderbare tegoeden;
kortlopende vorderingen die geen direct opvorderbare tegoeden zijn; en
activa die geen kortlopende vorderingen zijn en die op zeer korte termijn en zonder substantiële verliezen kunnen worden omgezet in munten of bankbiljetten of direct opvorderbare tegoeden.
Hoofdstuk 15
Artikel 139
Artikel 139
Onderdeel van Besluit prudentiële regels Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007