Het minimumbedrag aan eigen vermogen van een bewaarder of pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 3:53, eerste lid, van de wet wordt gevormd door de waarde van de vermogensbestanddelen, bedoeld in de artikelen 26, eerste lid, onderdelen a tot en met e, 51 en 62 van de verordening kapitaalvereisten. Op een bewaarder of pensioenbewaarder met de rechtsvorm van een stichting is artikel 27 van de verordening kapitaalvereisten van overeenkomstige toepassing.
Abusievelijk is een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet
geheel juist is.
Hoofdstuk 9 › § 9.2
Artikel 51
Artikel 51
Onderdeel van Besluit prudentiële regels Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 15 maart 2016