**1.** De bedrijfsvoering van een beheerder omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:
een functiescheiding bestaat tussen het verrichten van rechtshandelingen met betrekking tot het vermogen van de beleggingsinstelling en het controleren en administreren van deze handelingen;
de berekening van de intrinsieke waarde van de beleggingsinstelling aansluit bij de financiële administratie;
er, voor zover mogelijk, een systematische, toegankelijke en actuele administratie van deelnemers in de beleggingsinstelling is waarin, voor zover van toepassing, de met de deelnemers gemaakte afspraken inzichtelijk worden gemaakt.
**2.** De maatregelen en procedures, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel b, voorzien er in ieder geval in dat de voor de intrinsieke waardebepaling gebruikte subadministraties ten minste een keer per maand worden aangesloten met de saldibalans en dat de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd.
**3.** Een beheerder richt voor iedere beleggingsinstelling die hij beheert afzonderlijk een bedrijfsvoering als bedoeld in het eerste lid in.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn 2011/61/EU) in werking treedt.
Hoofdstuk 10 › Afdeling 10.3 › § 10.3.1 › § 10.3.1.1
Artikel 115s
Artikel 115s
Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 22 juli 2013