Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10 › Afdeling 10.3 › § 10.3.2

Artikel 131

Artikel 131

Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2013

1. In afwijking van artikel 130 kan het beheerde vermogen van een icbe: voor ten hoogste tien procent worden belegd in effecten en geldmarktinstrumenten die niet zijn toegelaten tot of worden verhandeld op een gereglementeerde markt of een andere markt in financiële instrumenten; indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of worden aangehouden in accessoir liquide middelen. 2. In afwijking van artikel 130 kan het beheerd vermogen van een feeder-icbe voor maximaal vijftien procent: worden belegd in financiële derivaten, bedoeld in artikel 130, onderdelen g en h, die alleen met het doel om risico af te dekken mogen worden gebruikt; indien het een maatschappij voor collectieve belegging in effecten betreft: worden belegd in zaken die rechtstreeks noodzakelijk zijn voor de uitoefening van haar werkzaamheid; of worden aangehouden in accessoir liquide middelen. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wijzigingswet Wet op het financieel toezicht, enz. (implementatie richtlijn 2011/61/EU) in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel