Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 11 › Afdeling 11.2

Artikel 160

Artikel 160

Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2025

1. Onder een vergelijkbare voorziening als bedoeld in de artikelen 4:75, eerste lid, en 4:74b, eerste lid, van de wet wordt verstaan een onvoorwaardelijke garantstelling voor alle verplichtingen voortvloeiend uit aansprakelijkheid van de bemiddelaar wegens fouten, verzuimen of nalatigheden, begaan in de uitoefening van diens beroep en voorgevallen op het grondgebied waarop de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte van toepassing is. 2. De onvoorwaardelijke garantstelling wordt verstrekt door: een financiële onderneming die voor het uitoefenen van het bedrijf van bank een door de Nederlandsche Bank verleende vergunning heeft; een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die als bank haar bedrijf mag uitoefenen vanuit een in Nederland gelegen bijkantoor of door middel van het verrichten van diensten naar Nederland; of een bank met zetel in de Verenigde Staten van Amerika, Japan, Australië, Canada of Zwitserland die in de staat van haar zetel onder toezicht staat. 3. De vergelijkbare voorziening, bedoeld in artikel 4:75 van de wet, dekt ten minste de bedragen, genoemd in artikel 10, vierde lid, van de richtlijn verzekeringsdistributie.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel