Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 14a

Artikel 168b

Artikel 168b

Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2011

Een overeenkomst als bedoeld in artikel 4:71c, eerste lid, van de wet, bepaalt, voor zover van toepassing, in ieder geval: ten aanzien van de verschuldigde premie: het bedrag van de verschuldigde premie; de wijze waarop en de termijnen waarin de verschuldigde premie wordt voldaan; de procedures die gelden bij het niet nakomen van premiebetalingsverplichtingen door de bijdragende onderneming; ten aanzien van de kosten: het bedrag van de totale kosten; de kosten die worden ingehouden op de premie, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval de eerste kosten, de doorlopende kosten en de aan- en verkoopkosten; de kosten die worden ingehouden op de vermogensopbouw of uitkering, onderverdeeld naar soorten kosten, zoals in elk geval de eerste kosten, de doorlopende kosten en de aan- en verkoopkosten; de invloed van het gemiddelde jaarlijkse percentage van de kosten, bedoeld onder 2° en 3°, op het rendement, de vermogensopbouw of uitkering, verbonden aan de overeenkomst; en de wijze waarop de kosten, bedoeld onder 2° en 3°, worden verdeeld over de looptijd van de overeenkomst; de informatie die de bijdragende onderneming verstrekt aan de premiepensioeninstelling en de wijze waarop deze informatie wordt verstrekt; de informatie die de premiepensioeninstelling verstrekt aan de bijdragende onderneming, pensioendeelnemers en pensioengerechtigden en de wijze waarop deze informatie wordt verstrekt; de door de premiepensioeninstelling in acht te nemen beleggingsbeginselen en beleggingsvoorschriften; of, en onder welke voorwaarden pensioendeelnemers wordt toegestaan de verantwoordelijkheid voor beleggingen over te nemen; de voorwaarden die gelden voor inbreng en overdracht van waarden van opgebouwde pensioenaanspraken; de wijze waarop sterftewinsten worden toebedeeld; de criteria die de premiepensioeninstelling hanteert bij de keuze van een derde voor de inkoop van een pensioenuitkering; of de premiepensioeninstelling een dekking tegen biometrische risico’s of garanties zal betrekken van een derde en, indien relevant, de criteria die zij zal hanteren bij de keuze van een derde; de voorwaarden die gelden bij beëindiging van de overeenkomst; en het toepasselijke recht en de wijze van beslechting van geschillen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel