De bedrijfsvoering van een pensioenbewaarder als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet omvat ten minste procedures en maatregelen die waarborgen dat:
elke transactie in verband met het overgedragen pensioenvermogen, kan worden gereconstrueerd en de tegenprestatie voor de transactie tijdig wordt voldaan;
het overgedragen pensioenvermogen overeenkomstig het door de premiepensioeninstelling bepaalde beleggingsbeleid en de bij of krachtens de wet gestelde regels wordt belegd;
de pensioenbewaarder de instructies van de premiepensioeninstelling uitvoert, tenzij deze in strijd zijn met de wet of met een overeenkomst tussen de premiepensioeninstelling en de bijdragende onderneming of de pensioenbewaarder;
de risico’s die samenhangen met het beleggingsproces op een systematische wijze worden beheerst en geanalyseerd;
een functiescheiding bestaat tussen het verrichten van rechtshandelingen met betrekking tot het overgedragen pensioenvermogen en het controleren en administreren van deze handelingen;
alle rechten en verplichtingen van de pensioenbewaarder juist, tijdig en volledig worden vastgelegd in een daartoe bestemde administratie en dat met betrekking tot andere activa wordt geverifieerd dat de premiepensioeninstelling de eigenaar is van het overgedragen pensioenvermogen, aan de hand van door de premiepensioeninstelling of anderen aangeleverde bewijzen;
de administratie van het overgedragen pensioenvermogen ten minste een keer per maand wordt aangesloten met de saldibalans en dat de daaruit voortvloeiende verschillen worden geanalyseerd en gecorrigeerd;
Hoofdstuk 5 › § 5.2
Artikel 34f
Artikel 34f
Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2019