Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5 › § 5.2

Artikel 35c

Artikel 35c

Onderdeel van Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 3 januari 2018

1. Een beheerder van een icbe als bedoeld in artikel 4:14, eerste lid, van de wet beschikt over procedures en maatregelen met betrekking tot persoonlijke transacties. 2. De procedures en maatregelen, bedoeld in het eerste lid, zijn er op gericht dat indien een relevante persoon betrokken is bij het verrichten van activiteiten die een belangenconflict kunnen doen ontstaan, of indien een relevante persoon als gevolg van een activiteit die hij in naam van de beheerder verricht toegang heeft tot informatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de verordening marktmisbruik of tot andere vertrouwelijke informatie over cliënten of transacties met of voor cliënten: geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die in strijd is met artikel 14 of 15 van de verordening marktmisbruik; geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die gepaard gaat met misbruik of ongeoorloofde bekendmaking van de in de aanhef bedoelde vertrouwelijke informatie; geen persoonlijke transactie door of in naam van die relevante persoon wordt verricht die anderszins in strijd is of in strijd kan zijn met hetgeen ter uitvoering van de richtlijn instellingen voor collectieve belegging in effecten ingevolge de wet is bepaald; de relevante persoon niet, anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, een andere persoon adviseert om een transactie in een financieel instrument aan te gaan die, wanneer dit een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan op grond van onderdeel a, b of c; en de relevante persoon geen informatie of advies aan een andere persoon bekendmaakt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf, indien de relevante persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de andere persoon een transactie in een financieel instrument zal of zou kunnen aangaan die, wanneer dit een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan op grond van onderdeel a, b of c; de relevante persoon geen informatie of advies aan een andere persoon bekendmaakt anders dan in de normale uitoefening van zijn beroep of bedrijf indien de relevante persoon weet of redelijkerwijs behoort te weten dat de andere persoon een derde zal of zou kunnen adviseren een transactie in een financieel instrument aan te gaan die, wanneer het een persoonlijke transactie van de relevante persoon zou zijn, niet zou zijn toegestaan. Abusievelijk is voor het tweede lid, onderdelen d en e, een wijzigingsopdracht geformuleerd die niet geheel juist is. Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet implementatie richtlijn markten voor financiële instrumenten 2014 in werking treedt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel