Bevoegd tot het gebruik van de technische hulpmiddelen, waarmee overeenkomstig artikel 3.22 van de Telecommunicatiewet een gebruik van frequentieruimte wordt gemaakt dat afwijkt van het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 3 van de Telecommunicatiewet, is de door de korpschef, Onze Minister van Defensie of Onze Minister van Financiën aangewezen opsporingsambtenaar die voldoet aan de door Onze Minister vastgestelde eisen betreffende kennis van de juridische, operationele en technische aspecten van het gebruik van de technische hulpmiddelen.
Treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdelen B
en D, van de Wijzigingswet Wetboek van Strafvordering, enz.
(aanpassing bepalingen betreffende de uitvoering van bijzondere
opsporingsbevoegdheden) (Stb. 2017/489) in werking treedt.
Hoofdstuk 4
Artikel 16
Inzet technische hulpmiddelen bij afwijkend gebruik frequentieruimte
Onderdeel van Besluit technische hulpmiddelen strafvordering· Informatierecht
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2019