Kredietunies zijn vrijgesteld van het Deel Prudentieel toezicht financiële ondernemingen, met uitzondering van de artikelen 3:6 en 3:7 van de Wet, indien:
het bedrag aan aangetrokken opvorderbare gelden minder bedraagt dan € 10.000.000; en
de onderneming op haar website, in reclame-uitingen en in documenten over de bedrijfsactiviteiten van de onderneming, vermeldt dat de onderneming voor de uitoefening van haar activiteiten niet vergunningplichtig is ingevolge de wet en niet onder toezicht staat van de Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet toezicht
kredietunies in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › § 3.1c › Subparagraaf
Artikel 18c
Artikel 18c
Onderdeel van Vrijstellingsregeling Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2016