Personen of vennootschappen die bemiddelen of als tussenpersoon werkzaamheden verrichten als bedoeld in artikel 4:3, eerste lid, van de wet, ten behoeve van een financiële onderneming die in Nederland het bedrijf van bank mag uitoefenen, zijn vrijgesteld van artikel 3:7, eerste lid, van de wet, voorzover zij bij het bemiddelen of bij het verrichten van werkzaamheden als tussenpersoon gebruik maken van de naam van die financiële onderneming.
Treedt in werking op het tijdstip waarop de Wet op het financieel toezicht in werking treedt.
Hoofdstuk 3 › § 3.4 › Subparagraaf
Artikel 31
Artikel 31
Onderdeel van Vrijstellingsregeling Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007