Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › § 4.5 › Subparagraaf

Artikel 43

Artikel 43

Onderdeel van Vrijstellingsregeling Wft· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 22 juli 2025

1. Aanbieders van beleggingsobjecten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, zijn vrijgesteld van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde. 2. Aanbieders zijn vrijgesteld van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde, voorzover zij financiële producten, met uitzondering van krediet, aanbieden aan: consumenten die bij hen werkzaam zijn of anderszins onder hun verantwoordelijkheid vallen; consumenten die werkzaam zijn bij of anderszins onder de verantwoordelijkheid vallen van andere rechtspersonen waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden; of consumenten of, indien het aanbieden van verzekeringen betreft, cliënten waarmee zij in een formele of feitelijke zeggenschapsstructuur zijn verbonden. 3. Aanbieders van krediet zijn vrijgesteld van artikel 4:9, tweede lid, van de wet voorzover dat betrekking heeft op personen als bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet die geen andere werkzaamheden met betrekking tot krediet verrichten dan het incasseren van vorderingen. 4. Ondernemingen waarop de vrijstelling bedoeld in artikel 3, van toepassing is, zijn vrijgesteld van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde. 4. Personen waarop de vrijstelling, bedoeld in artikel 3c van toepassing is, zijn vrijgesteld van het ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet bepaalde. 6. Aanbieders van verzekeringen zijn vrijgesteld van artikel 4:9, tweede lid, van de wet, voorzover dat betrekking heeft op personen als bedoeld in artikel 4:9, tweede lid, van de wet, die geen andere werkzaamheden verrichten met betrekking tot verzekeringen dan schadebehandeling of het innen van premies. 7. Aanbieders van zorgverzekeringen als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Zorgverzekeringswet zijn vrijgesteld van artikel 4:17, eerste lid, van de wet en de artikelen 57, eerste lid, aanhef en onderdeel c, en 77, eerste lid, aanhef en onderdeel c, van het besluit. 8. Kredietkopers waarop de vrijstelling, bedoeld in artikel 3d, van toepassing is, zijn vrijgesteld van het bepaalde ingevolge het Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen van de wet, met uitzondering van de artikelen 4:81g, 4:81j, 4:81k, eerste lid, en 4:81m, tweede lid, van de wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel