**1.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de
beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de lopende kosten van de
beleggingsinstelling en eventueel in rekening gebrachte prestatievergoedingen. De
berekening van de lopende kosten geschiedt conform de bepaling over lopende kosten
in artikel 10, tweede lid, onderdeel b, van verordening nr. 583/2010 van de
Europese Commissie van 1 juli 2010 tot uitvoering van Richtlijn 2009/65/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie wat betreft essentiële
beleggersinformatie en de voorwaarden waaraan moet worden voldaan als de
essentiële beleggersinformatie of het prospectus op een andere duurzame drager dan
papier of via een website wordt verstrekt (PbEU L 176) en de uitwerking daarvan
door de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
**2.** In de toelichting op de balans en de winst- en verliesrekening van de
beleggingsinstelling wordt inzicht verschaft in de omloopsnelheid van de activa
door middel van de omloopfactor.
**3.** De omloopfactor, bedoeld in het tweede lid, wordt berekend door het totaal van
transacties in financiële instrumenten (aankopen + verkopen van financiële
instrumenten = Totaal 1) minus het totaal aan transacties (uitgifte + inkopen =
Totaal 2) van rechten van deelneming te delen door de gemiddelde intrinsieke
waarde van de beleggingsinstelling (X) volgens de formule [(Totaal 1 – Totaal 2) /
X] * 100.
**4.** De gemiddelde intrinsieke waarde, bedoeld in het derde lid, is de som van de
intrinsieke waarden gedeeld door het aantal waarnemingen en wordt op dezelfde
manier bepaald als door de Europese Autoriteit voor effecten en markten is
voorgeschreven voor de berekening van de lopende kosten, bedoeld in het eerste
lid.
Voorheen art. 5:2.
Hoofdstuk 6 › § 6.2
Artikel 6:2
Artikel 6:2
Onderdeel van Nadere regeling gedragstoezicht financiële ondernemingen Wft· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 april 2016