Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Afdeling 3 › § 3.1

Artikel 23

Artikel 23

Onderdeel van Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor het aanbieden van een beleggingsobject of het aanbieden van een financieel product als bedoeld in artikel 1, onderdeel m, onder 8°, van die wet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:58, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 2. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor het aanbieden van krediet, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:63, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 3. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor adviseren, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:78, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 4. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor bemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:83, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 5. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor herverzekeringsbemiddelen, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:89, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 6. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 11 van de Wet financiële dienstverlening voor het optreden als gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:94, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 7. Een vergunning die is verleend op grond van artikel 16, eerste lid, van de Wet financiële dienstverlening berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 2:105, eerste lid, van laatstgenoemde wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel