Een verbod dat aan een financiële dienstverlener is opgelegd op grond van artikel 21, eerste lid, van de Wet financiële dienstverlening wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht aangemerkt als een verbod als bedoeld in artikel 4:4, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
Hoofdstuk 1 › Afdeling 3 › § 3.3
Artikel 28
Artikel 28
Onderdeel van Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007