Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Afdeling 5 › § 5.4

Artikel 53

Artikel 53

Onderdeel van Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. Een mededeling die is gedaan op grond van artikel 13, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ten behoeve van een beleggingsonderneming met zetel in Nederland, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht aangemerkt als het besluit tot instemming, bedoeld in artikel 2:127, eerste lid, van laatstgenoemde wet. 2. Een mededeling die is gedaan op grond van artikel 14, derde lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995 ten behoeve van een beleggingsonderneming met zetel in Nederland, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht aangemerkt als de mededeling, bedoeld in artikel 2:129, tweede lid, van laatstgenoemde wet. 3. Een besluit tot instemming als bedoeld in artikel 15a, eerste lid, van de Wet toezicht effectenverkeer 1995, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op 2:130, tweede lid, van laatstgenoemde wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel