Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1 › Afdeling 6 › § 6.3

Artikel 65

Artikel 65

Onderdeel van Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2009

1. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 10, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:19, derde lid, van laatstgenoemde wet. 2. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 11, vijfde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:53, zesde lid, van laatstgenoemde wet. 3. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 20, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:57, zesde lid, van laatstgenoemde wet. 4. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 21, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel op artikel 3:63, vierde lid, van laatstgenoemde wet. 5. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 22, derde lid, of 30c, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:17, vierde lid, van laatstgenoemde wet. 6. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 30, derde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:71, derde lid, van laatstgenoemde wet. 7. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 30b, vierde lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 van het terzake van de vereiste solvabiliteit of liquiditeit bepaalde, berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:57, zesde lid, onderscheidenlijk artikel 3:63, vierde lid, van laatstgenoemde wet. 8. Een ontheffing die is verleend op grond van artikel 55, negende lid, van de Wet toezicht kredietwezen 1992 berust vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht op artikel 3:72, achtste lid, van laatstgenoemde wet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel