Een financiële onderneming met zetel in een andere lidstaat die op 1 juli 2002 in Nederland door middel van een bijkantoor dan wel het verrichten van diensten het bedrijf van elektronischgeldinstelling uitoefent, wordt vanaf het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet op het financieel toezicht geacht te hebben voldaan aan artikel 2:14, eerste lid, onderscheidenlijk 2:19, eerste lid, van laatstgenoemde wet.
Hoofdstuk 1 › Afdeling 6 › § 6.4
Artikel 72
Artikel 72
Onderdeel van Invoerings- en aanpassingswet Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007