**1.** De Minister stelt de financiële bijdrage vast aan de hand van de formule A – Q = [ ( B × C ) + ( D × E ) + ( F × G ) + ( H × I ) + ( J × K ) + ( L × M ) + ( N × O ) + ( R × S ) + ( T × U )] × P waarin wordt voorgesteld:
met de letter A: de financiële bijdrage;
met de letter B: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
met de letter C: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter B;
met de letter D: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening is gesloten;
met de letter E: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een gecombineerde inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter D;
met de letter F: het aantal inburgeraars, tevens zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2007, 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een inburgeringsvoorziening is gesloten;
met de letter G: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter F;
met de letter H: het aantal in de letter B bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
met de letter I: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter H;
met de letter J: het aantal in de letter D bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
met de letter K: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter J;
met de letter L: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het inburgeringsexamen of het staatsexamen;
met de letter M: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het inburgeringsexamen en het staatsexamen, bedoeld in letter L;
met de letter N: het aantal in de letter F bedoelde inburgeraars dat uiterlijk respectievelijk 31 december 2009, 31 december 2010, 31 december 2011 heeft deelgenomen aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in artikel 3.8 van het Besluit;
met de letter O: de bijdragevergoeding ten aanzien van de deelname aan het aanvullend praktijkdeel, bedoeld in letter N;
met de letter P: de door de Minister vast te stellen correctiefactor;
met de letter Q: het bedrag, bedoeld in artikel 9, tweede lid;
met de letter R: het aantal inburgeraars met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening is gesloten;
met de letter S: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een duale inburgeringsvoorziening, bedoeld in letter R;
met de letter T: het aantal inburgeraars, niet zijnde geestelijke bedienaar, met wie in respectievelijk 2008 en 2009 een overeenkomst tot vaststelling van een taalkennisvoorziening is gesloten;
met de letter U: de bijdragevergoeding ten aanzien van de vaststelling van een taalkennisvoorziening, bedoeld in letter T.
**2.** De Minister stelt de financiële bijdrage uiterlijk 1 oktober 2012 vast.
**3.** De vastgestelde financiële bijdrage wordt binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.
**4.** Indien het voorschot hoger is dan de vastgestelde financiële bijdrage, is de Minister bevoegd het verschil terug te vorderen.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
Artikel 11
Onderdeel van Regeling vrijwillige inburgering niet-G31 2007· Migratierecht
Deze tekst geldt sinds 4 juli 2009