Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 25

Geldigheidsduur bovenbestuurlijke medezeggenschapsraad en bijzondere bevoegdheden ingevolge toepassing artikel 24, tweede en derde lid

Onderdeel van Wet medezeggenschap op scholen· Onderwijsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2007

1. De geldigheidsduur van de instelling van een bovenbestuurlijke gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 20, vijfde lid, bedraagt ten hoogste twee jaren. De in de eerste volzin bedoelde termijn kan telkens met ten hoogste twee jaren worden verlengd indien alle gemeenschappelijke medezeggenschapsraden daarmee instemmen dan wel bij ontbreken van een gemeenschappelijke medezeggenschapsraad alle medezeggenschapsraden. 2. De geldigheidsduur van advies- en instemmingsbevoegdheden die ingevolge de toepassing van artikel 24, tweede en derde lid, in het medezeggenschapsreglement zijn opgenomen, bedraagt ten hoogste twee jaren. De in de eerste volzin bedoelde termijn kan telkens worden verlengd met ten hoogste twee jaren, indien ten minste twee derden van het aantal leden van de medezeggenschapsraad daartoe besluiten ten aanzien van alle of een aantal van de in de eerste volzin bedoelde bevoegdheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel