**1.** Een fonds legt schriftelijk beleid vast met betrekking tot de actuariële activiteiten en draagt zorg voor de uitvoering van dat beleid. Het fonds evalueert het beleid ten minste driejaarlijks en past het beleid na een belangrijke wijziging zo spoedig mogelijk aan.
**2.** De actuariële functie, bedoeld in artikel 143a, eerste lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 138a, eerste lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling is belast met de volgende actuariële activiteiten:
het houden van toezicht op de berekening van de technische voorzieningen;
het beoordelen van de betrouwbaarheid en adequaatheid van de berekening van de technische voorzieningen, waaronder in ieder geval wordt verstaan:
het beoordelen of de bij de berekening van de technische voorzieningen gehanteerde methodieken, onderliggende modellen en aannamen passend zijn;
het beoordelen of er voldoende gegevens worden gebruikt bij de berekening van de technische voorzieningen en het beoordelen van de kwaliteit van die gegevens; en
het toetsen van de bij de berekening van de technische voorzieningen gehanteerde aannames aan de praktijk;
het beoordelen van de algehele gedragslijn voor het aangaan van pensioenverplichtingen;
het beoordelen van de adequaatheid van de verzekeringsregelingen ingeval het fonds dergelijke verzekeringsregelingen heeft; en
het ertoe bijdragen dat het risicobeheer doeltreffend wordt toegepast.
Paragraaf 8
Artikel 22b
Actuariële activiteiten
Onderdeel van Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2019