De Nederlandsche Bank stelt vast of de betrouwbaarheid van een persoon als bedoeld in artikel 106, vierde lid, van de Pensioenwet dan wel artikel 110c, vierde lid, van de Wet verplichte beroepspensioenregeling buiten twijfel staat op basis van diens voornemens, handelingen en antecedenten.
Hoofdstuk 7
Artikel 31
Betrouwbaarheid
Onderdeel van Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2019