Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 14g

Berekeningen rekenmethode 1

Onderdeel van Regeling Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht

Deze tekst geldt sinds 1 juli 2018

1. In rekenmethode 1 wordt voor elke deelnemer, gewezen deelnemer of gepensioneerde met het verwachte, optimistische en pessimistische rekenmethodescenario, bedoeld in artikel 14f, vierde lid, het pensioenbedrag als volgt berekend: het op de berekeningsdatum opgebouwde ouderdomspensioen wordt vermenigvuldigd met de cumulatieve koopkrachtfactor in jaar A van het rekenmethodescenario; voor de jaren vanaf de berekeningsdatum tot en met jaar A worden voor elk jaar j de volgende drie grootheden met elkaar vermenigvuldigd: het op te bouwen ouderdomspensioen in jaar 1, op jaarbasis; het eerste getal, bedoeld in artikel 14f, vierde lid, in jaar A van het rekenmethodescenario gedeeld door het eerste getal, bedoeld in artikel 14f, vierde lid, in jaar j van het rekenmethodescenario, en het tweede getal, bedoeld in artikel 14f, vierde lid, in jaar j van het rekenmethodescenario; en het in onderdeel a berekende bedrag en de in onderdeel b berekende bedragen worden bij elkaar opgeteld. 2. Voor de gewezen deelnemer of de gepensioneerde is de grootheid in het eerste lid, onderdeel b, onder 1° gelijk aan nul. Dit is ook het geval indien voor een deelnemer het pensioenbedrag berekend wordt voor alleen het op de berekeningsdatum opgebouwde ouderdomspensioen. 3. Als A niet een geheel aantal jaren is, dan wordt het pensioenbedrag P als volgt berekend. Laat [A] het gehele aantal jaren zijn door het naar beneden op een geheel getal afronden van A. Met het volgens dit artikel berekende pensioenbedrag P0 op [A] jaren vanaf berekeningsdatum en het volgens dit artikel berekende pensioenbedrag P1 op [A]+1 jaren wordt het pensioenbedrag P als volgt bepaald: P = P0 + (P1 – P0) * (A – [A]).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel