Indien het bij Koninklijke boodschap van 22 december 2005 ingediende voorstel van wet houdende regels tot uitvoering van richtlijn nr. 2004/25/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 21 april 2004 betreffende het openbaar overnamebod (Kamerstukken II 2005/06, 30 419, nr. 2) tot wet wordt verheven, dient in de definitie van personen waarmee in onderling overleg wordt gehandeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht de zinsnede ‘natuurlijke personen en hun dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen 1996 te worden gelezen als: natuurlijke personen en hun dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 5:33, eerste lid, onderdeel c.
Artikel II
Artikel II
Onderdeel van Aanpassingsregeling Tijdelijke regeling invoering Wet op het financieel toezicht· Bank- en effectenrecht, financiering
Deze tekst geldt sinds 13 januari 2007