Naar hoofdinhoud

Artikel 1

Inleiding

Onderdeel van Vennootschapsbelasting, fonds voor gemene rekening, toestemmingsvereiste· Belastingrecht

Deze tekst geldt sinds 24 januari 2007

Fondsen voor gemene rekening zijn belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting vanwege de beoogde neutraliteit van belastingheffing ten opzichte van beleggingsmaatschappijen die wel rechtspersoonlijkheid bezitten. Fondsen voor gemene rekening missen weliswaar rechtspersoonlijkheid maar zij vervullen in het maatschappelijke verkeer dezelfde functie als de op hetzelfde terrein opererende naamloze vennootschappen. Daarbij onderscheiden fondsen voor gemene rekening zich in financieel-economisch opzicht niet wezenlijk van naamloze vennootschappen die het beleggen van gelden in effecten of vastgoed ten doel hebben. In tegenstelling tot de wettelijke bepalingen, wordt in het spraakgebruik onderscheid gemaakt tussen enerzijds open fondsen voor gemene rekening, waarmee gedoeld wordt op het fonds zoals beschreven in artikel 2, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 (Wet Vpb), juncto het tweede lid van dat artikel, en anderzijds besloten fondsen voor gemene rekening. Deze laatsten zijn onder voorwaarden fiscaal transparant, dat wil zeggen dat zij niet belastingplichtig zijn voor de vennootschapsbelasting. In het vervolg van dit besluit worden de (niet-wettelijke) termen open en besloten fondsen gebruikt. Mede door de fiscale transparantie is het besloten fonds voor gemene rekening een geschikte samenwerkingsvorm voor het bundelen van internationaal pensioenvermogen, het zogenoemde ‘asset pooling’ (zie hierna onder 5). Dit besluit werd gewijzigd bij besluit van 19 november 2024 , nr. 2024-14420 (Stcrt. 2024, 38346). De wijziging betrof een einddatum van de werking van dit besluit. Het beleid dat is opgenomen in dit besluit geldt tot en met 31 december 2024. Dit houdt verband met de inwerkingtreding op 1 januari 2025 van de artikelen I, II, III en VII van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening en vrijgestelde beleggingsinstelling. Vanaf de inwerkingtreding van deze wetsartikelen is de definitie van een fonds voor gemene rekening van artikel 2, vierde lid, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 aangepast en is in artikel 2.14bis, zevende lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001 het begrip 'transparant fonds' geïntroduceerd. Vanaf 1 januari 2025 is voor het zijn van een fonds voor gemene rekening onder andere vereist dat het fonds wordt aangemerkt als een beleggingsfonds of fonds voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht. Daarbij is het zogenoemde toestemmingsvereiste niet meer doorslaggevend voor de vraag of er sprake is van een fonds voor gemene rekening dan wel van een transparant fonds. Met deze wijziging wordt bereikt dat het besluit van toepassing blijft op de kalenderjaren vóór de inwerkingtreding van de artikelen I, II, III en VII van de Wet aanpassing fonds voor gemene rekening, en niet van toepassing is op de kalenderjaren vanaf de inwerkingtreding van deze wetsartikelen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel