Naar hoofdinhoud

Artikel V

Informatievoorziening

Onderdeel van Regeling Grote Projecten· Staats- en bestuursrecht

Deze tekst geldt sinds 22 februari 2017

De informatie in de basisrapportage omvat in ieder geval: de doelstellingen van het project; een overzicht van de besluitvormingsmomenten en de betrokkenheid van de Tweede Kamer daarbij; de reikwijdte van het project; de planning van het project; de financiën van het project; de aan het project verbonden risico’s; de wijze waarop het project zal worden beheerst en beheerd; alle overige informatie die het project raakt, middellijk of onmiddellijk, en waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat deze informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van de controlerende taak van de Tweede Kamer. Bij de uitwerking van bovengenoemde categorieën dient, voor zover van toepassing, in ieder geval ingegaan te worden op: de probleemanalyse die aan het project ten grondslag ligt; de (besluitvormings)procedure die wordt gevolgd ter verwezenlijking van het project, de voorziene planning van te nemen beslissingen die van wezenlijk belang zijn voor voortzetting van het project en de formele positie die de Tweede Kamer daarbij heeft; de toetsbaarheid van de doelstellingen van het project, de gekozen middelen om de doelstellingen te verwezenlijken, de motivering voor de gekozen oplossing, de uitgangspunten en vooronderstellingen voor verwezenlijking, waaronder eventueel te voeren flankerend beleid, en eventuele raakpunten met andere activiteiten; de procedure en het tijdstip voor het verrichten van tussentijdse evaluaties over de voortgang van het project; de kostenraming van het project en de wijze waarop de geraamde bedragen tot stand gekomen zijn; de wijze van financiering van de investerings- en uitvoeringskosten; indien van toepassing wordt daarbij ook aandacht besteed aan publiek-private samenwerking en de wijze van contractering; de budgettaire inpassing van het groot project in de rijksbegroting, de voorziene budgettaire dekking en afspraken over compensatie van eventuele overschrijdingen; een beschrijving van de bij de projectvoorbereiding onderzochte alternatieven, met inbegrip van een financiële onderbouwing en risicoanalyses van deze alternatieven, alsmede de motivering waarom deze alternatieven zijn afgevallen; de adviezen van externe deskundigen over de onderscheiden aspecten van het voorstel; een uiteenzetting op hoofdlijnen van hoe het project georganiseerd is en hoe het beheerst en beheerd zal worden, waarbij aandacht besteed wordt aan de opzet van de bestuurlijke informatievoorziening, de opzet van de administratieve organisatie en de opzet van het systeem van interne controle. Daarenboven gelden de volgende uitgangspunten: de basisrapportage dient de situatie te beschrijven bij ongewijzigd beleid (nulmeting), op een zodanige wijze dat effectmeting na verwezenlijking van het project mogelijk is; doelstellingen worden specifiek, meetbaar, realistisch en tijdgebonden geformuleerd; bij een groot project wordt altijd een kosten-batenanalyse opgesteld; bij een groot project wordt altijd een risicoanalyse opgesteld, waarin duidelijk wordt gemaakt welke mogelijke risico’s aan het project verbonden zijn, wat de (financiële) gevolgen van de geïdentificeerde risico’s kunnen zijn en hoe deze beheerst zullen worden. Naast de basisrapportage ontvangt de Tweede Kamer tevens een rapport van de Auditdienst Rijk of van een openbaar accountantskantoor met een oordeel over in ieder geval: de kwaliteit en de volledigheid van de in de basisrapportage opgenomen financiële en niet-financiële informatie; de toegepaste calculatiemethoden en risicoanalyses; het realiteitsgehalte van de financiering en de budgettaire inpassing; het projectbeheer, waaronder begrepen de toereikendheid van de projectorganisatie, de kwaliteit van de opzet van de bestuurlijke informatievoorziening, de kwaliteit van de opzet van de administratieve organisatie en de kwaliteit van de opzet van het systeem van interne controle. Bij een groot project kunnen de volgende fasen van toepassing zijn: initiatieffase; uitwerkingsfase; uitvoeringsfase; realisatie-/exploitatiefase. De in het eerste lid, onder a en b, genoemde fasen beslaan het besluitvormingstraject van een groot project. De in het eerste lid, onder c en d, genoemde fasen beslaan het realisatietraject van een groot project. Voor elk van deze fasen kunnen, in aanvulling op de in artikel 10 genoemde eisen, nadere of specifieke eisen gesteld worden aan de informatievoorziening van het groot project. Ook kunnen in elk van deze fasen specifieke eisen gesteld worden aan de te volgen procedure. Indien een groot project wordt aangewezen in de initiatieffase of de uitwerkingsfase, kunnen de te maken afspraken en de op te stellen basisrapportage worden aangepast aan de mate van concreetheid die het project dan kent. Zodra in een groot project een nieuwe fase als bedoeld in het eerste lid ingaat, of een besluit als bedoeld in artikel 11a, eerste lid, aanhef en onder a, tot voortzetting van de grootprojectstatus is genomen, kunnen de gemaakte afspraken en de basisrapportage worden geactualiseerd en zo nodig worden aangepast of uitgebreid. Zodra een besluit als bedoeld in artikel 11a, onder b, tot voortzetting van de grootprojectstatus is genomen, worden de gemaakte afspraken en de basisrapportage in ieder geval geactualiseerd en aangepast of uitgebreid. Daarbij wordt ten minste de notitie over de uitgangspunten, bedoeld in artikel 9, eerste lid, aangepast aan de nieuwe fase. De commissie beslist steeds of zij de grootprojectstatus wenst voort te zetten: na verloop van vijf jaren na een besluit tot aanwijzing van een groot project of tot voortzetting van de grootprojectstatus, en bij het ingaan van een nieuwe fase als bedoeld in artikel 11, eerste lid, indien krachtens artikel 9, eerste lid, tweede volzin, aanhef en onder a, in de notitie over de uitgangspunten de duur van de fase waarbinnen het groot project zich bevindt als uitgangspunt is genomen. De informatie in de voortgangsrapportage is, voor zover van toepassing, gericht op: de ontwikkelingen van de doelstellingen van het project ten opzichte van de basisrapportage; eventuele veranderingen in de voorziene (besluitvormings)procedure van het groot project en de betrokkenheid van de Tweede Kamer daarbij; eventuele veranderingen in de reikwijdte van het project; de ontwikkeling van de planning van het project; de ontwikkeling van de financiën van het project; de ontwikkelingen met betrekking tot de aan het project verbonden risico’s; de wijze waarop het project wordt beheerst en beheerd; alle overige informatie die het project raakt, middellijk of onmiddellijk, en waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat deze informatie noodzakelijk is voor de uitoefening van de controlerende taak van de Tweede Kamer. Wat betreft de informatie over de financiën van een groot project geldt dat: in de voortgangsrapportage nadrukkelijk melding gemaakt wordt van dreigende kostenoverschrijdingen, met inbegrip van voorstellen voor vermijding dan wel beperking van overschrijdingen en de eventuele budgettaire inpassing ervan; indien bij een groot project sprake is van aanbestedingen, in de voortgangsrapportages vermeld wordt wat de som van de aanbestedingsresultaten is; indien in de projectbegroting een post is opgenomen, in iedere voortgangsrapportage inzicht gegeven wordt of, en zo ja waarvoor, deze is aangesproken en in hoeverre de post onvoorzien nog toereikend wordt geacht gegeven de op dat moment geldende inzichten; de financiële informatie in de voortgangsrapportages gerelateerd moet kunnen worden aan informatie in de departementale begrotingsstukken; de uitgaven, verplichtingen en ontvangsten die met het groot project gemoeid zijn, in beginsel op één afzonderlijk begrotingsartikel of artikelonderdeel worden geboekt en herkenbaar in de rijksbegroting zijn opgenomen. Wat betreft de informatie over de beheersing en het beheer van een groot project wordt in de voortgangsrapportage melding gemaakt van belangrijke wijzigingen in de wijze van beheersing en het beheer van het project, de vormgeving van de projectorganisatie en de uitkomsten van relevante audits die op dit punt zijn uitgevoerd. Bij voortgangsrapportages wordt periodiek, op basis van een nader te bepalen frequentie, doch ten minste eenmaal per jaar, een accountantsrapport gevoegd met een oordeel over de kwaliteit en volledigheid van de financiële en niet-financiële informatie in de voortgangsrapportage en over de beheersing en het beheer van het project. Bij de beoordeling van de beheersing en het beheer van het project wordt in het bijzonder gekeken naar de toereikendheid van de projectorganisatie, de kwaliteit van de bestuurlijke informatievoorziening, de werking van de administratieve organisatie en de werking van het systeem van interne controle. Het accountantsrapport wordt opgesteld door de Auditdienst Rijk of door een openbaar accountantskantoor. Het accountantsrapport wordt als afzonderlijk document aan de Tweede Kamer gezonden, uiterlijk twee weken na verschijning van de voortgangsrapportage waarop het accountantsrapport betrekking heeft. Indien de commissie van oordeel is dat de geleverde informatie ontoereikend is, dan wel de kwaliteit van de geleverde informatie onvoldoende is, wordt de minister in staat gesteld binnen zeven werkdagen de ontbrekende of verbeterde informatie aan de Tweede Kamer te zenden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel