Naar hoofdinhoud

Artikel 3a

Artikel 3a

Onderdeel van Sanctieregeling Libanon en Syrië 2007· Financieel en economisch recht

Deze tekst geldt sinds 1 april 2025

1. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1412/2006 is, wat betreft de technische bijstand, de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en wat betreft de financiering en de financiële bijstand, de Minister van Financiën. 2. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, artikel 6, eerste lid, artikel 7, eerste lid, en artikel 8, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard. 3. De bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, eerste lid, artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste lid, en artikel 6, eerste lid, van Verordening (EU) nr. 2021/1275 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard. 4. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 305/2006 is de Minister van Financiën voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van tegoeden of informatie van financiële aard, met dien verstande dat instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder a, c, e tot en met j en, voor zover het een bank of elektronischgeldinstelling betreft die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) 305/2006 verstrekken aan De Nederlandsche Bank en instellingen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, onder b, d, k en, voor zover het een andere instelling betreft dan een bank of elektronischgeldinstelling die cryptoactivadiensten aanbiedt, l, van de Sanctiewet 1977 de informatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van Verordening (EG) 305/2006 verstrekken aan de Autoriteit Financiële Markten. De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten zijn ten behoeve van de uitvoering van voornoemd artikel 5 bevoegd de ontvangen informatie aan de Minister van Financiën te verstrekken. 5. De bevoegde autoriteit, bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, en 5, eerste lid, van Verordening (EG) nr. 305/2006 is de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp\ voor zover het betreft de vrijgave of beschikbaarstelling van economische middelen of informatie anders dan van financiële aard.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel