**1.** Een ondernemer beschikt over een vergunning van Onze Minister voor het gebruik van tatoeage- of piercingmateriaal in de ruimte waar de materialen gebruikt worden of zullen worden of die voor het gebruik van de materialen is ingericht.
**2.** Het eerste lid is niet van toepassing:
op de ondernemer, die een onderneming in stand houdt waarin uitsluitend piercingmateriaal wordt gebruikt om een oorlel te piercen;
op de ondernemer, die ter gelegenheid van een onderzoek dat plaatsvindt in het kader van een vergunningaanvraag ten overstaan van de met het toezicht op de naleving van dit besluit belaste ambtenaar, tatoeage- of piercingmateriaal gebruikt.
§ 3
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Warenwetbesluit tatoeëren en piercen· Ondernemingspraktijk
Deze tekst geldt sinds 1 juli 2021