Deze verordening verstaat onder:
productschap : Productschap Granen, Zaden en Peulvruchten;
secretaris: secretaris van het productschap;
ondernemer: natuurlijke- of rechtspersoon die een onderneming drijft waarvoor het productschap is ingesteld;
granen: de gewassen wintertarwe, zomertarwe, winterrogge, zomerrogge, wintergerst, zomergerst, haver, triticale, kanariezaad en boekweit;
peulvruchten: de gewassen veldbonen, landbouwstambonen, ronde groene erwten, gele erwten, schokkers, kapucijners en rozijn- of grauwe erwten;
andere gewassen: de gewassen olievlas, winterkoolzaad, blauwmaanzaad, karwij, mosterdzaad, raapzaad (Brassica rapa var. silvestris), zomerkoolzaad (Brassica napus var. napus);
omzet: de financiële jaaromzet behaald over zaaizaad van de producten, genoemd onder d, e en f, exclusief de rechten verkregen uit licenties uit het buitenland.
Werkt terug met uitzondering van de toepassing van de Verordening GZP algemene bepalingen 2003.
§ 1
Artikel 1
Artikel 1
Onderdeel van Heffingsverordening GZP fonds zaaizaad van granen, peulvruchten en andere gewassen jaar 2007· Agrarisch recht
Deze tekst geldt sinds 29 april 2007