De termijn van vier weken, genoemd in artikel 66, eerste en tweede lid, van de Wet, wordt gerekend aan te vangen voor degene, die binnen de daarvoor vastgestelde termijn een aanvraag om uitkering krachtens de Werkloosheidswet heeft gedaan en op wiens aanvraag afwijzend is beslist, met ingang van de dag na die, waarop hij redelijkerwijze van de desbetreffende beslissing heeft kunnen kennis nemen.
Hoofdstuk II
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Regels vrijwillige ziekengeldverzekering 2007· Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht
Deze tekst geldt sinds 25 mei 2007