Naar hoofdinhoud

§ 3

Artikel 3

Artikel 3

Onderdeel van Suppletieregeling filminvesteringen Nederland· Cultureel recht

Deze tekst geldt sinds 1 januari 2012

1. Ten behoeve van de voortbrenging van de bioscoopfilm kan op grond van deze regeling aan de aanvrager een subsidie worden verleend die: maximaal 140 procent bedraagt van het bedrag dat door marktpartijen wordt geïnvesteerd in de filmkosten van de bioscoopfilm; en: maximaal 30 procent van de productiekosten bedraagt; en: niet meer bedraagt dan € 1.500.000,00 euro, mits de producent in de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag aantoonbaar hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste één bioscoopfilm, die na première door 400.000 of meer personen is bezocht in de Nederlandse bioscoop. In het geval er op grond van deze regeling vanaf 1 januari 2011 eerder subsidie is verleend aan een of meerdere reeds in de bioscoop uitgebrachte bioscoopfilms waarvoor de producent als aanvrager verantwoordelijk was dan is het gemiddelde van het bioscoopbezoek aan de desbetreffende bioscoopfilm(s) en de bioscoopfilm met het hoogste publieksbereik uit de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag bepalend voor de hoogte van de aan te vragen subsidie. niet meer bedraagt dan 1.000.000,00 euro indien de producent in de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag aantoonbaar hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste één bioscoopfilm, die na première door 200.000 tot 400.000 personen is bezocht in de Nederlandse bioscoop. In het geval er op grond van deze regeling vanaf 1 januari 2011 eerder subsidie is verleend aan een of meerdere reeds in de bioscoop uitgebrachte bioscoopfilms waarvoor de producent als aanvrager verantwoordelijk was dan is het gemiddelde van het bioscoopbezoek aan de desbetreffende bioscoopfilm(s) en de bioscoopfilm met het hoogste publieksbereik uit de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag bepalend voor de hoogte van de aan te vragen subsidie. niet meer bedraagt dan 500.000,00 euro indien de producent in de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag aantoonbaar hoofdverantwoordelijk is geweest voor het voortbrengen van tenminste één bioscoopfilm, die na première door 100.000 tot 200.000 personen is bezocht in de Nederlandse bioscoop. In het geval er op grond van deze regeling vanaf 1 januari 2011 eerder subsidie is verleend aan een of meerdere reeds in de bioscoop uitgebrachte bioscoopfilms waarvoor de producent als aanvrager verantwoordelijk was dan is het gemiddelde van het bioscoopbezoek aan de desbetreffende bioscoopfilm(s) en de bioscoopfilm met het hoogste publieksbereik uit de periode van zeven kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag bepalend voor de hoogte van de aan te vragen subsidie. Het maximum aan te vragen subsidiebedrag genoemd onder sub e). kan maximaal 250.000,00 euro hoger uitkomen indien de aanvraag voor subsidieverlening een bioscoopfilm betreft die reeds voldoet aan de nationale criteria voor moeilijke films of low budgetfilms, met dien verstande dat het maximale percentage staatssteun van 55% zoals genoemd in lid 3 van dit artikel niet wordt overschreden. 2. Aan een bioscoopfilm waarvoor één of meer Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds op grond van een andere dan de onderhavige regeling een financiële bijdrage heeft verleend, kan op grond van deze regeling slechts een zodanig bedrag aan subsidie worden verleend, dat het totaal van de door Nederlandse bestuursorganen en/of het Fonds verleende financiële bijdragen niet meer bedraagt dan 50 procent van de met de voortbrenging van de film gemoeide filmkosten. 3. Indien de aanvraag subsidieverlening betreft voor een bioscoopfilm die voldoet aan de nationale criteria voor moeilijke films of low budgetfilms is het vorige lid van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het genoemde percentage niet meer bedraagt dan 55 procent van de productiekosten. Een ‘low budget’ film is een bioscoopfilm waarvan de productiekosten ten hoogste € 2.000.000,– bedragen. Een ‘moeilijke’ film is een bioscoopfilm, die overwegend gericht is op het Nederlandse taalgebied en derhalve beperkte commerciële waarde heeft. Bij de subsidieaanvraag dient een schriftelijke visie van de makers gevoegd te zijn waaruit naar het oordeel van het Fonds blijkt dat de filmproductie bijdraagt aan de diversiteit van film in Nederland en daarnaast ofwel een opvallende artistieke verrijking ofwel een innovatieve aanvulling betekent op het reguliere filmaanbod in Nederland. 4. Indien na de indiening van de aanvraag en het financieringsplan, maar vóór de subsidieverlening, nieuwe financiële bijdragen worden verkregen, dan zal het Fonds die bijdragen in mindering brengen op de aangevraagde subsidie.

Rechtspraak bij dit artikel