Uit praktische overwegingen keur ik goed dat personen die worden aangemerkt als artiest in de zin van artikel 5a, eerste lid, van de wet LB, over hun prestaties als artiest geen omzetbelasting in rekening brengen. Ik verbind daaraan de voorwaarde dat die personen ter zake geen voorbelasting in aftrek brengen.
De goedkeuring kan niet worden toegepast zodra een artiest voor enig optreden in Nederland omzetbelasting in rekening brengt.
Voor enkele bijzondere situaties geldt het volgende.
Voor de loonbelastingwetgeving wordt degene die een optreden rechtstreeks is overeengekomen met een natuurlijk persoon, ten behoeve van diens persoonlijke aangelegenheden, niet aangemerkt als artiest (artikel 5a, eerste lid, onderdeel b, van de wet LB). Het optreden op een privé-feest vormt dus een uitzondering op de artiestenregeling in de wet LB. Als een artiest echter gebruik maakt van de goedkeuring in onderdeel 2 van dit besluit, moet hij die goedkeuring ook toepassen op eventuele optredens in de privé-sfeer zoals bedoeld in de wet LB.
De goedkeuring kan ook worden toegepast door personen die uitsluitend optreden in opdracht van natuurlijke personen, ten behoeve van hun persoonlijke aangelegenheden.
Voor de heffing van de loonbelasting kan een artiest gebruik maken van een zogenoemde verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming of een zogenoemde verklaring arbeidsrelatie directeur grootaandeelhouder (zie artikel 5a, eerste lid, onderdeel a, ten eerste en ten tweede van de wet LB en artikel 3.156 en 3.157 van de wet IB). Zodra hij dit doet, moet hij al zijn activiteiten overeenkomstig de wettelijke bepalingen in de heffing van omzetbelasting betrekken.
De goedkeuring in onderdeel 2 van dit besluit heeft alleen betrekking op optredens die in Nederland aan de heffing van omzetbelasting zijn onderworpen; zie in dit verband artikel 6, tweede lid, onderdeel c, van de wet OB.
Met ingang van 2007 vallen buitenlandse artiesten en gezelschappen uit landen waarmee Nederland een verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, niet meer onder de artiestenregeling in de loonbelasting (artikel 5a van de wet LB). Dit geldt ook voor artiesten en gezelschappen uit de Nederlandse Antillen of Aruba. Wanneer het hier artiesten betreft die hun beroep zelfstandig uitoefenen (zie onderdeel 1), dan moeten zij over de door hen als zodanig verrichte prestaties omzetbelasting in rekening brengen.
Buitenlandse artiesten afkomstig uit landen waarmee Nederland geen verdrag ter voorkoming van dubbele belasting heeft gesloten, komen wel in aanmerking voor de artiestenregeling in de loonbelasting. Is dit het geval dan kunnen deze artiesten de goedkeuring in onderdeel 2 van dit besluit overeenkomstig toepassen.
Artikel 2
Goedkeuring artiesten
Onderdeel van Omzetbelasting, artiesten· Belastingrecht
Deze tekst geldt sinds 29 juni 2007